De inhoud

EXAMEN TELEFONEREN

DIT EXAMEN BESTAAT UIT EEN SCHRIFTELIJK EN EEN MONDELING EXAMEN, WAARVOOR JE JE APART DIENT IN TE SCHRIJVEN.

Om voor het schriftelijk – en mondeling examen van Telefoneren te kunnen slagen, dien je over voldoende kennis en vaardigheden van de volgende onderwerpen te beschikken:

Communicatie

  • het communicatieproces
  • eenzijdige en tweezijdige communicatie
  • verbale en non-verbale communicatie
  • expressie en intonatie
  • formele, informele, corporate communicatie
  • communicatiestoornissen

Klantgericht handelen

  • kenmerken van klantgericht handelen
  • valkuilen bij klantgericht handelen

Gesprekstechnieken

  • luistertechniek
  • vraagtechniek
  • argumentatietechniek
  • taaltechniek

Telefoongesprekken voorbereiden

  • infrastructuur
  • organisatie
  • human capital

Telefoongesprekken voeren

  • openingsfase
  • informatiefase
  • actiefase
  • afsluitfase

Soorten gesprekken

  • informatiegesprek
  • verkoopgesprek
  • slecht-nieuws-gesprek
  • klachtenbehandeling

Communicatie-infrastructuur

  • telefooncentrale
  • antwoordapparaat
  • mobiele telefoon
  • fax-apparaat
  • e-mail en internet / intranet

Telecommunicatiediensten

  • internationaal bellen
  • binnenlandse diensten
  • telefonisch vergaderen
  • video-conferencing
  • call centers

Telefoonetiquette en -alfabet


SCHRIFTELIJK EXAMEN


Het schriftelijk examen bestaat uit:

  • 5 MEERKEUZEVRAGEN, gericht op toetsing van kennis van het begrippenkader
  • 10 OPEN VRAGEN, gericht op toetsing van kennis van en inzicht in de samenhang van het begrippenkader
  • 1 CASE, gericht op de toetsing van de toepassing van het begrippenkader

MONDELING EXAMEN


Bij het mondeling examen van Telefoneren wordt men beoordeeld op:

  • correct melden
  • houding / gelaatsuitdrukking
  • stemgebruik / intonatie
  • taalgebruik
  • luisterhouding / belangstelling tonen
  • toepassing van de gesprekstechnieken / mate van ‘grip’ op het gesprek
  • reflectie / confrontatie
  • maken van aantekeningen
  • geven van samenvattingen
  • afsluiting

Elk onderdeel (voor zover van toepassing) wordt met een cijfer van 1 tot 10 beloond, het gemiddelde van deze cijfers is het cijfer voor de mondelinge examen (en 40% van het eindcijfer).


BEPALING VAN HET EINDCIJFER


Het eindcijfer wordt als volgt bepaald:

  1. Het mondelinge cijfer wordt afgerond op 1 decimaal.
  2. Het schriftelijke cijfer wordt afgerond op 1 decimaal.
  3. Mondeling cijfer x 0,4 + schriftelijk cijfer x 0,6 = onafgerond eindcijfer.
  4. Het eindcijfer wordt afgerond op een geheel cijfer volgens de normale afrondingsregels (dus 5,5 = 6; 5,49 = 5).

 

Print pagina