Om voor dit examen te kunnen slagen, dien je over voldoende kennis en vaardigheden van de volgende onderwerpen te beschikken:
Juridische Praktijk
- recht: doel, omschrijving en rechtsgebieden
- rechtspraak: rechterlijke instanties, competentie, vonnis, hoger beroep en cassatie
- rechtszaak: straf of civiel, kort geding, advocaat en deurwaarder, diverse rechtsbegrippen
- processtukken: dagvaarding, productie, rol, roldag en roldatum, verstek en verzet
- procedures: verzoek- en verweerschrift, eis in reconventie en diverse andere begrippen
- toevoeging: aanvraag, voorwaarden, griffierecht
- notariaat: erf- en familierecht, oprichting bv, hypotheekakte en diverse begrippen
Zoeken in juridische databases
- advocaten opzoeken en aan relatiebestand toevoegen
- rechterlijke instanties zoeken
- zoeken in wet- en regelgeving
- zoeken naar jurisprudentie
Werken met juridische software (AAP)
- dossiers en relaties aanmaken
- uren schrijven en bewerken
- verschotten en voorschotten invoeren en bewerken
- kilometers, declaraties, betalingen en aanmaningen invoeren
- op de rol zetten en rolberichten maken
- toevoegingen aanvragen en verleende toevoegingen invoeren
- agenda: kantooragenda bijhouden
Juridische correspondentie en dictafonie
- werken met digitale transcriptieapparatuur
- conventies van de juridische correspondentie
- verwerken van briefdictaten
- samenstellen van stukken op basis van dictafoonopdrachten (dagvaarding, betekeningsexploot, aanvraag bijzondere bijstand, enz.)